INDEX:
THAILAND | CHIANG MAI
| BIRMA
Reis 12-16 september 2007 naar LUANG PRABANG: Lao's answer to Disney Land Ik had
me er veel van voorgesteld, misschien wel te veel, van mijn korte trip
naar het onvolprezen Luang Prabang, een Unesco World
Heritage Site. Helaas, ik had me mooi in de luren laten leggen! Zeker
het is een heel aardig stadje, maar zo bijzonder nu ook weer niet. Daarbij
waren ze door de status van World Heritage Site aardig over het
paard getild geraakt en had de toeristenindustrie met keiharde hand genadeloos
toegeslagen. Om het in een paar woorden te zeggen: deze stad is in
bijna alle opzichten sterk over priced! Veel en veel te duur
voor het gebodene. Het is ze daar echt naar de het hoofd gestegen! Als
ik ooit weer World Heritage Site lees zal ik stukken behoedzamer
zijn en niet meteen al beginnen mijn koffers te pakken, bij wijze van
spreken.
Het hotel. Zie
de foto hierboven. Daar begon de ellende. Voor 50 USD (dat bleek
later 45 USD te zijn, het enige positieve dat ik over dit etablissement
te melden heb) dus bijna 1.500 THB denk je toch in een keurige tent terecht
te komen. Niet in Luang Prabang! Wel 3 etages, maar niet
eens een lift. De kamer was niet zoals ik gereserveerd had. Twee kleine
eenpersoonsbedden i.p.v. een groot tweepersoonsbed. De TV deed het niet
en de airco kon het niet aan. De TV was piepklein. Ik was verbaasd te
zien dat ze die miniatuurmodelletjes nog maakten. Je moest er wel met
je neus op zitten wilde je het beeld goed kunnen zien. Om het wat comfortabeler
te maken (?) stond de TV ook nog eens ca. 3 meter van het bed af. TV
kijken in bed? Vergeet het maar!
Zoals je op deze foto kunt zien was er een open badkamer. Dus deel je de kamer en wil je een bad of douche nemen dan kijkt of de ander mee of die verlaat uit privacy overwegingen de kamer maar. Alleen het toilet had een deur. Heel raar!
Kastruimte was er
totaal niet. Achter het fraaie schot met de spijlen achter het bed
waren een paar stokken bevestigd waar je je kleren aan op kon hangen.
Lades of legplanken waren er niet. Alleen was er een klein laag tafeltje
met twee zeer ongerieflijke maar wel goed ogende stoelen. Volkomen
nutteloos meubilair.
Het straatbeeld wordt verder ontsierd door de talloze backpackers die in hun sjofele kledij wat rondsjokken, ergens gaan zitten is er niet bij dat is te duur. Lokale bedelaars zijn er betrekkelijk weinig, wel zo nu en dan wat piepjonge meisjes die een bak met prullen hebben om aan de man te brengen. Dezelfde rotzooi als waarmee je in Chiang Mai ook doodgegooid wordt.
Een van de vele restaurants. Bakery Luang Prabang, best leuk voor het ontbijt, maar wel vrij duur. Hier zou ik kennismaken met mijn gids Sichanh die er als ober werkte van 00.06 - 15.00. Zo vroeg omdat om 6 uur 's morgens de monniken hier en masse hun bedelronde doen, dus veel toeristen die dat bekijken, dus alle zaken gaan dan ook open! Ik heb dat gemist, om 6 uur slaap ik nog en al helemaal als ik uit ben! De trip met Sichanh komt later aan bod.
Even verder op een ander restaurant. Het is veel same same hier. Leuk om te zien allemaal, maar weinig verschil ook niet wat betreft de menus.
Een mooi Laotiaans houten huis met de typische decoratieve galerij, maar zoals echt alles hier ook omgetoverd tot toeristen shop. Jammer!
De andere weg langs de Mekong is wat rustiger, maar ook hier is elk restaurant en elke shop er voor de toerist. Van enig lokaal leven valt niets te bespeuren. Wel heel mooie doorkijkjes hier!
Hier krijg je nog een beetje een indruk hoe het er vroeger uitgezien moet hebben in Luang Prabang.
De ranke boten liggen klaar om toeristen over de rivier te vervoeren. Mijn gids Douk die ik toen nog had, had al een tochtje geregeld voor ik er erg in had, maar ik wilde eerst even zitten en wat eten en drinken. Hij was erg voortvarend, mij iets te voortvarend!
Als Luang Prabang er helemaal zo uit zou zien was het die titel van World Heritage site wel waard, maar schijn bedriegt!
Nog zo'n leuk doorkijkje . . .
En nog een . . .
En dan
eindelijk in dit restaurant aan het water met echt een schitterend
uitzicht en prijzen die het wat minder leuk maakten, maar ach je
bent op vakantie, dus het moet kunnen een klef croissantje voor 60 Baht.
Een monumentale trap leidt van de weg langs de rivier naar het hoger gelegen tempelcomplex.
Imposante tijgers (?) houden de wacht.
Een laatste kans om nog wat te kopen?
Op het terrein diverse losse gebouwen die allemaal een aparte functie hebben. Je moet wel entree betalen. Hier 20.000 Kip (72 Baht). Voor alle tempels in de stad wordt een entree geheven. Net als op elke kermis kost ook hier iedere attractie geld en tempels zijn dus de attractie van Luang Prabang.
Qua opzet heeft het veel weg van de tempelcomplexen in Lampun in de buurt van Chiang Mai, alleen is het hier in Laos wat minder groots.
Kennelijk geïnspireerd door dit soort voortstellingen, die typisch Laotiaans zijn, zie je op de markt veel borduurwerkjes in deze trant.
Best heel apart die grote boom op de achterwand van deze tempel.
Een blik vanaf het complex naar beneden.
Een opstelling van Boeddha beelden die je in vooral Noord Thailand - Lanna - ook veel ziet.
Zo druk als het op straat is, zo rustig, bijna verlaten, zijn de tempelcomplexen. Ze mogen dat wel de attractie van Luang Prabang zijn, de meeste bezoekers schijnen er niet al te veel interesse voor te hebben.
Een detail van het prachtige vergulde houtsnijwerk op een van de tempelmuren.
In een klein gebouw stond deze praalwagen te bewonderen. Het is eigenlijk een katafalk waarop het stoffelijk overschot van de koning naar de crematieplaats vervoerd werd. Rechtopstaand in de vaasachtige constructie, voorafgeggaan of beschermd door 7 naga's Geld zaken.
Voor we verder gaan eerst een overzichtje wat betreft het geld in
Laos. De munteenheid is de Kip, maar daarnaast worden alom
ook US dollars en Thaise Baht geaccepteerd en ook Euro's. De koers
die ze berekenen wil nog wel eens merkwaardig zijn om het vriendelijk
uit te drukken. Zo rekende een restaurant 9.200 Kip voor een US dollar
en maar 11.000 Kip voor 1 Euro en dan kom je er echt aardig bekaaid van
af.
De tempel op de voorgrond rechts maakt onderdeel uit van het koninklijk paleis, nu Nationaal Museum.
Ik kan het niet laten ook zo'n prachtige bloem te vereeuwigen. Vraag me de naam niet!
Een koning uit vervlogen tijden kijkt nog steeds trots uit over zijn tuinen en paleis.
Naast het paleiscomplex aan de andere kant van deze zijweg (hier links op de foto) een andere fraai tempelcomplex dat ik ook bezocht heb. Eerst nog iets over die tempels. Naast het feit dat je voor al deze tempels entree moet betalen alsof het kermisattracties zijn, zijn ze ook dood en lijken ongebruikt voor religieuze doeleinden. Er zijn wel wat monniken, maar gewone gelovigen zie je er totaal niet. Ik vond dit na mijn ervaringen op dit gebied in Thailand en Birma een hele rare gewaarwording. Eten, drinken
en vervoer. Over vervoer kan ik kort zijn. In de stad vraagt zo'n tuktuk
meestal 20.000 voor welke rit dan ook. Het stadje is piepklein dus is
72 Baht stevig aan de prijs! Meer normaal is 10.000 kip ca. 36 Baht waarmee
ze meestal wel akkoord gaan. Gewoon is voor een stadsritje 5.000 Kip dus
ongeveer 18 Baht. Het is me maar een keer gelukt het normale tarief
van 5.000 Kip te kunnen bedingen.
Dit soort zaken is dus in overvloed te koop. Zo veel dat zelfs als je iets al leuk vindt, je het na het zien van het zoveelste winkeltje of kraampje met diezelfde waar, het je spontaan tegen gaat staan. De Night Bazaar van Chiang Mai is er niets bij en dat zegt wat!
Op het eerste gezicht lijkt dit wel wat. Het zijn ook tussen de ontelbare prullen die aangeboden worden niet de slechtste. Nadere bestudering leert toch dat niet alles goud is wat er blinkt. Dus veel nep en de kwalitatief is meestal below standard!
Tussen alle stalletjes met toeristenprullen zit deze schoenmaker rustig te werken. Een verademing ook nog eens zoiets te zien!
Terwijl
de mama's hun stalletjes opbouwen houden deze meisjes en dameskransje.
Hier vielen mij vooral deze prachtige vergulde houten reliëfs op.
Ook hier geen gelovigen, maar wel wat monniken. Allemaal heel vredige tafereeltjes midden in de verder wat schreeuwerig drukke stad.
De oranje was . . .
Wat deze kleine huisjes links en rechts van de chedi zijn is me niet heel duidelijk geworden. Mijn toenmalige gids Douk had geen idee. Zelf denk ik dat het graven zijn, of een soort mausoleums waar de as van voorname mensen na de crematie is bijgezet. Ik kreeg dit vermoeden te meer omdat ik op de laatste dag van mijn verblijf hier een grote begraafplaats heb bezocht, waar naast de kleine chedi's met de as ook talloze kleine gebouwtjes van dit type waren.
Allemaal heel mooi, heel rustiek, heel schilderachtig maar niet echt spectaculair. Op de laatste
dag van mijn verblijf heb ik een leuke rit door de bergen gemaakt. Ik
praatte die ochtend wat met een leuke ober Sichanh die werkte in de Luang
Prabang Bakery, een restaurant waar ik vaak koffie dronk. Hij was
een student Engels die zo wat bijverdiende. Het was niet al te druk dus
dan maar wat kletsen met de klanten, ook leuk om de taal te oefenen toch.
Ik vroeg hem of er ook motor bike taxis waren. Ik vind die tuktuk
Lao style wat minder. Je ziet bijna niks en stoppen om een foto te
maken is er niet bij. Nee, die waren er niet maar al met al bood hij me
aan met me op pad te gaan die middag op zijn motor bike. Dat
was dus mooi geregeld!
Terug naar de bergetappe. Na een kleine tien minuten rijden waren we al buiten de stad. Het straatbeeld veranderde al snel totaal en leek opeens veel meer op dat zoals ik het in Thailand ken. Ook de kwaliteit van de wegen ging hollend achteruit.
We waren op weg naar een tempel die op een berg lag. Zo ook deze monniken en een herder.
Hier is hij dan Sichanh. Een vriendelijke open jongen met wie ik een fantastische middag gehad heb. Down to earth, niet opdringerig en bovenal hij snapte precies wat ik graag wilde zien. Het doodgewone Laos!
Toen werd het lopen. Deze mooie trap leidde naar het complex waar nu eens een keer geen entree voor geheven werd.
Boven gekomen zag ik overal kleine chedi's en die merkwaardige huisjes die ik ook al eerder in de stad zag. Op deze huisjes stonden verschillende data en namen geschreven wat mijn vermoeden bevestigde dat dit een soort graven waren. Volgens Min - mijn hulp in de huishouding - zijn het een grafmonumenten. De as van de doden ligt er onder begraven. In de huisjes zelf is niets, die zijn leeg. Wellicht zijn die als woning voor de geesten van de overledenen bedoeld. Op de buitenmuur worden de namen geschreven van degenen van wie de as daar bijgezet is. Eigenlijk vergelijkbaar met de chedi's, maar dan wat anders van vormgeving. Deze vorm schijnt ook in Birma te bestaan, maar ik had die daar nog nooit gezien. Voor aanvullende informatie hou ik me graag aanbevolen!
Een van de decoratieve tempeltjes op dit glooiende terrein.
Halverweg de heuvel, de woning van de monniken.
Wat werklui druk in de weer.
Een prachtige bloem die echt op de foto moest!
Ook de monniken laten zich niet onbetuigd. Deze zijn met de hand bakstenen aan het maken.
In de werkplaats worden de stenen verder afgewerkt. Rechts voor liggen ze in keurige rijen te drogen.
Nog een blik op de begraafplaats. Aan alle bomen waren blauwe bordjes bevestigd met daarop in witte letters het een en ander geschreven. Ik vermoed de naam en de datum waarop die boom gepant was.
Langzamerhand komen we al klimmend bij het eigenlijke heiligdom. Een grote vierkante tempel met aan elke kant een grote loggia met daarop een drum.
De tempel stond er prachtig bij en het uitzicht was voor zover de bomen en het groen het toelieten adembenemend!
Er omheen keurig aangelegde gazons. Wel kreeg ik al gauw door dat dit ook de plek bij uitstek was voor verliefde stelletjes, waarvan ik er een aantal op het gazon gezellig samen zag. Allemaal in het nette hoor!
Nog een blik op de prachtige tuinen en toen werd het tijd verder te gaan. Nu echt de bergen in!
De rivier die we vanaf de kronkelende weg vaak in de diepte zagen was niet de Mekong maar de Nam Khan, die op bepaalde plaatsen vrij woest was.
De wegen waren van Birma kwaliteit, eigenlijk wel spannend al die gaten en kuilen en waterplassen. Mijn gids was heel behendig en heeft me er prima zonder kleerscheuren doorheen gereden.
Het was dan wel vermoeiend en zelfs een beetje pijnlijk deze hobbelende rit, het uitzicht was een rijkelijke beloning voor de doorstane ongemakken.
We kwamen heel weinig mensen tegen. Zo nu en dan wat boeren, jagers of herders met kleine kuddes. Landelijk Laos op en top!
Op een gegeven moment arriveerden we in een dorpje. Dat werd tijd, want behalve dat we dorst hadden vond de motor bike ook dat hij even tot rust moest komen, die was namelijk kokend heet geworden.
Dorpje is missschien wat te veel gezegd. Het was meer een kleine verzameling houten huizen, soms met een stenen onderbouw langs de weg.
In het plaatselijke café en tevens super market, dat ook nog als kapsalon diende zijn we neergestreken om even uit te blazen. De eigenaar van dit etablissement bleek ook deskundig te zijn op het gebied van oververhit geraakte motor bikes, dus kreeg ons vervoersmiddel ook even een beurt
Na ons bediend te hebben haastte deze knaap zich weer naar zijn andere klant, een dorpsjongen die geknipt moest worden. Toen de motor bike weer klaar voor de start was zijn we verder gegaan en na nog een klein uur over hobbelige wegen gereden te hebben kwamen we dan eindelijk op een normale weg en waren we net voor zonsondergang weer terug in Luang Prabang. Tja, en de volgende dag zat het er op. Ik was er bepaald niet treurig om en dat overkomt me niet vaak, meestal had ik nog wel wat langer willen blijven. Of ik nog eens terug ga? Ik denk niet zo gauw. Luang Prabang, Lao's answer to Disney Land heb ik vooreerst wel gezien! Laos, het land zelf, is wellicht een ander verhaal! |