INDEX: THAILAND | CHIANG MAI | BIRMA


Reis 12-16 september 2007 naar LUANG PRABANG: Lao's answer to Disney Land

Ik had me er veel van voorgesteld, misschien wel te veel, van mijn korte trip naar het onvolprezen Luang Prabang, een Unesco World Heritage Site. Helaas, ik had me mooi in de luren laten leggen! Zeker het is een heel aardig stadje, maar zo bijzonder nu ook weer niet. Daarbij waren ze door de status van World Heritage Site aardig over het paard getild geraakt en had de toeristenindustrie met keiharde hand genadeloos toegeslagen. Om het in een paar woorden te zeggen: deze stad is in bijna alle opzichten sterk over priced! Veel en veel te duur voor het gebodene. Het is ze daar echt naar de het hoofd gestegen! Als ik ooit weer World Heritage Site lees zal ik stukken behoedzamer zijn en niet meteen al beginnen mijn koffers te pakken, bij wijze van spreken.

De reis - ruim een uur - was zeer voorspoedig met Lao Airlines. Geen woord van kritiek! Bij aankomst was een visa on arrival vrij snel geregeld (35 USD). Betaal bij voorkeur in USD want de koers die ze daar hanteren voor de Thaise Baht is niet zo best! De chauffeur van het hotel - Ancient Luang Prabang Hotel - zat bij de aankomsthal keurig te wachten met een bordje met mijn naam er op. Tot zo ver verliep alles vlekkeloos. Ik begon er zin in te krijgen!

Het hotel. Zie de foto hierboven. Daar begon de ellende. Voor 50 USD (dat bleek later 45 USD te zijn, het enige positieve dat ik over dit etablissement te melden heb) dus bijna 1.500 THB denk je toch in een keurige tent terecht te komen. Niet in Luang Prabang! Wel 3 etages, maar niet eens een lift. De kamer was niet zoals ik gereserveerd had. Twee kleine eenpersoonsbedden i.p.v. een groot tweepersoonsbed. De TV deed het niet en de airco kon het niet aan. De TV was piepklein. Ik was verbaasd te zien dat ze die miniatuurmodelletjes nog maakten. Je moest er wel met je neus op zitten wilde je het beeld goed kunnen zien. Om het wat comfortabeler te maken (?) stond de TV ook nog eens ca. 3 meter van het bed af. TV kijken in bed? Vergeet het maar!

De volgende dag kreeg ik een andere kamer. Een etage lager gelukkig ook nog en nu wel met een groot bed en een goed functionerende airco. Ook de in die kamer aanwezige Madurodam TV deed het. Van enige compensatie kon natuurlijk geen sprake zijn. Echte klasse was ze totaal vreemd! Van beide kamers moet gezegd worden dat ze er heel smaakvol uitzagen, aan de inrichting was veel aandacht besteed. Waar totaal geen aandacht aan besteed was, was de functionaliteit.

Zoals je op deze foto kunt zien was er een open badkamer. Dus deel je de kamer en wil je een bad of douche nemen dan kijkt of de ander mee of die verlaat uit privacy overwegingen de kamer maar. Alleen het toilet had een deur. Heel raar!

Kastruimte was er totaal niet. Achter het fraaie schot met de spijlen achter het bed waren een paar stokken bevestigd waar je je kleren aan op kon hangen. Lades of legplanken waren er niet. Alleen was er een klein laag tafeltje met twee zeer ongerieflijke maar wel goed ogende stoelen. Volkomen nutteloos meubilair.

Het ontbijt. Voor dit twijfelachtige genoegen moest ik dus een groot aantal open trappen en -trapjes op klauteren soms zelfs zonder leuning (dat stond zeker artistieker). Het was allemaal niet de moeite waard. Twee eitjes, gebakken, gekookt of scrambled naar keuze, een vies klef stukje voorgesneden warm stokbrood, jam, boter en oploskoffie. Een miezerig glaasje jus d'orange uit een pak en als toe fruit take it or leave it, dus geen keuze gewoon wat je voorgeschoteld kreeg.

Dacht ik eerst dat ik alleen aan tafel zat, bleek dat niet waar! Ik had gezelschap van ontelbare mieren die er hun vaste route tussen de placemats hadden.

Het personeel was ronduit lui en traag. Toen ik aankwam lag een ervan op een tafel in diepe slaap en de andere zat wat suf te lezen. Het kostte enige moeite om de aandacht te krijgen. En dat in een hotel van 1.500 Baht per nacht!

Het ontbijt werd geserveerd op het overdekt open terras op de bovenste etage. Je ziet het op de foto wel. Het uitzicht was wel leuk, maar na 1 keer had ik het wel gezien en ben ik elders in de stad maar gaan ontbijten.

Het straatbeeld. Luang Prabang bestaat eigenlijk, wat het toeristische deel betreft, uit twee straten die elk langs een kant van de berg Phusi lopen. De ene is meer de hoofdstraat, waar ook mijn hotel aan gelegen was en de andere loopt langs de rivier de Mekong. Elke vierkante centimeter die niet gebruikt wordt voor een tempel of museum wordt benut om de toerist wat te verkopen. Eten drinken, tours en prullaria. Gek word je er van.

Wat wel opvalt is dat de trottoirs in het stadscentrum uitstekend verzorgd zijn. Mooi aangelegd, breed en zonder gaten of los liggende stenen. Daar kan Chiang Mai nog een voorbeeld aan nemen! Zodra je even buiten het toeristische centrum komt is dat wel anders, dan zijn er nauwelijks nog trottoirs.

Het straatbeeld wordt verder ontsierd door de talloze backpackers die in hun sjofele kledij wat rondsjokken, ergens gaan zitten is er niet bij dat is te duur. Lokale bedelaars zijn er betrekkelijk weinig, wel zo nu en dan wat piepjonge meisjes die een bak met prullen hebben om aan de man te brengen. Dezelfde rotzooi als waarmee je in Chiang Mai ook doodgegooid wordt.

Een van de vele restaurants. Bakery Luang Prabang, best leuk voor het ontbijt, maar wel vrij duur. Hier zou ik kennismaken met mijn gids Sichanh die er als ober werkte van 00.06 - 15.00. Zo vroeg omdat om 6 uur 's morgens de monniken hier en masse hun bedelronde doen, dus veel toeristen die dat bekijken, dus alle zaken gaan dan ook open! Ik heb dat gemist, om 6 uur slaap ik nog en al helemaal als ik uit ben! De trip met Sichanh komt later aan bod.

Even verder op een ander restaurant. Het is veel same same hier. Leuk om te zien allemaal, maar weinig verschil ook niet wat betreft de menus.

Een mooi Laotiaans houten huis met de typische decoratieve galerij, maar zoals echt alles hier ook omgetoverd tot toeristen shop. Jammer!

De andere weg langs de Mekong is wat rustiger, maar ook hier is elk restaurant en elke shop er voor de toerist. Van enig lokaal leven valt niets te bespeuren. Wel heel mooie doorkijkjes hier! 

Hier krijg je nog een beetje een indruk hoe het er vroeger uitgezien moet hebben in Luang Prabang.

De ranke boten liggen klaar om toeristen over de rivier te vervoeren. Mijn gids Douk die ik toen nog had, had al een tochtje geregeld voor ik er erg in had, maar ik wilde eerst even zitten en wat eten en drinken. Hij was erg voortvarend, mij iets te voortvarend!

Als Luang Prabang er helemaal zo uit zou zien was het die titel van World Heritage site wel waard, maar schijn bedriegt!

Nog zo'n leuk doorkijkje . . .

En nog een . . .

En dan eindelijk in dit restaurant aan het water met echt een schitterend uitzicht en prijzen die het wat minder leuk maakten, maar ach je bent op vakantie, dus het moet kunnen een klef croissantje voor 60 Baht. 

Er was natuurlijk ook veel moois te zien. Prachtige tempel complexen zeker! Toch doen de tempels in Chiang Mai en omgeving en zeker die in Birma daar beslist niet voor onder. De eerste dag bezocht ik de belangrijkste tempel van Luang Prabang: Vatxienghonggratsavoravihanh. Ik weet niet hoe dit correct af kan breken en inkorten, maar ik dacht begrepen te hebben dat Vat Xieng Hong correct was.

Een monumentale trap leidt van de weg langs de rivier naar het hoger gelegen tempelcomplex.

Imposante tijgers (?) houden de wacht.

Een laatste kans om nog wat te kopen?

Op het terrein diverse losse gebouwen die allemaal een aparte functie hebben. Je moet wel entree betalen. Hier 20.000 Kip (72 Baht). Voor alle tempels in de stad wordt een entree geheven. Net als op elke kermis kost ook hier iedere attractie geld en tempels zijn dus de attractie van Luang Prabang.

Qua opzet heeft het veel weg van de tempelcomplexen in Lampun in de buurt van Chiang Mai, alleen is het hier in Laos wat minder groots.

Kennelijk geïnspireerd door dit soort voortstellingen, die typisch Laotiaans zijn, zie je op de markt veel borduurwerkjes in deze trant.

Best heel apart die grote boom op de achterwand van deze tempel.

Een blik vanaf het complex naar beneden.

Een opstelling van Boeddha beelden die je in vooral Noord Thailand - Lanna - ook veel ziet.

Zo druk als het op straat is, zo rustig, bijna verlaten, zijn de tempelcomplexen. Ze mogen dat wel de attractie van Luang Prabang zijn, de meeste bezoekers schijnen er niet al te veel interesse voor te hebben.

Een detail van het prachtige vergulde houtsnijwerk op een van de tempelmuren.

In een klein gebouw stond deze praalwagen te bewonderen. Het is eigenlijk een katafalk waarop het stoffelijk overschot van de koning naar de crematieplaats vervoerd werd. Rechtopstaand in de vaasachtige constructie, voorafgeggaan of beschermd door 7 naga's

Geld zaken. Voor we verder gaan eerst een overzichtje wat betreft het geld in Laos. De munteenheid is de Kip, maar daarnaast worden alom ook US dollars en Thaise Baht geaccepteerd en ook Euro's. De koers die ze berekenen wil nog wel eens merkwaardig zijn om het vriendelijk uit te drukken. Zo rekende een restaurant 9.200 Kip voor een US dollar en maar 11.000 Kip voor 1 Euro en dan kom je er echt aardig bekaaid van af.

Zoveel mogelijk betalen met Kip beviel me het beste en is ook het goedkoopste! Wisselen doe je het best bij een bank of wisselkantoor. Die hebben een paar kleine kantoortjes aan de hoofdstraat. Daar is de koers het gunstigst.

Pinnen kan ook op 1 plaats (voor zover ik heb kunnen vinden) aan de drukke hoofdstraat zo ergens in het midden, maar alleen als je bankkaart het Cirrus of Maestro logo heeft (dus een Postbank kaart is OK)! Visa werkt niet staat op een groot papier onder de machine. Veel kun je niet pinnen 100-, 500- of 700 duizend Kip en dat maar 3 keer achter elkaar op een dag.

Rekent een hotel of restaurant of winkelier soms ca. 250.000-260.000 Kip voor 1.000 Thai Baht, in zo'n wisselkantoor krijg je 281.000 Kip! Dat scheelt toch al gauw 3-4 blikjes BeerLao!

Je hebt alleen bankbiljetten voor de Kip. 500 (die zie je zelden), 1.000 (die ook niet veel en als je ze al ziet zijn die vaak erg smoezelig), 2.000, 5.000, 10.000, 20.000 en 50.000 Kip. Let op, de 20.000 en 50.000 biljetten lijken sterk op elkaar qua kleur en formaat!

Wil je snel rekenen neem dan als vuistregel dat 10.000 Kip 40 Baht is (eigenlijk 36 Baht). Voor kleine bedragen maakt het weinig uit, al met al ben je dan iets goedkoper uit dan je denkt.

De tempel op de voorgrond rechts maakt onderdeel uit van het koninklijk paleis, nu Nationaal Museum.

Ik kan het niet laten ook zo'n prachtige bloem te vereeuwigen. Vraag me de naam niet!

Een koning uit vervlogen tijden kijkt nog steeds trots uit over zijn tuinen en paleis.

Naast het paleiscomplex aan de andere kant van deze zijweg (hier links op de foto) een andere fraai tempelcomplex dat ik ook bezocht heb. Eerst nog iets over die tempels. Naast het feit dat je voor al deze tempels entree moet betalen alsof het kermisattracties zijn, zijn ze ook dood en lijken ongebruikt voor religieuze doeleinden. Er zijn wel wat monniken, maar gewone gelovigen zie je er totaal niet. Ik vond dit na mijn ervaringen op dit gebied in Thailand en Birma een hele rare gewaarwording.

Eten, drinken en vervoer. Over vervoer kan ik kort zijn. In de stad vraagt zo'n tuktuk meestal 20.000 voor welke rit dan ook. Het stadje is piepklein dus is 72 Baht stevig aan de prijs! Meer normaal is 10.000 kip ca. 36 Baht waarmee ze meestal wel akkoord gaan. Gewoon is voor een stadsritje 5.000 Kip dus ongeveer 18 Baht. Het is me maar een keer gelukt het normale tarief van 5.000 Kip te kunnen bedingen.

Drankjes. Een kopje cappuccino kost 10-12.000 Kip (36-43 Baht), een lokaal blikje BeerLao 8-10.000 Kip (29-36 Baht), Frisdranken ook meestal zo'n 8.000 kip (29 Baht). Buiten het centrum betaal je de helft of minder. Gewone koffie is stukken goedkoper, maar dat is bijna altijd oploskoffie.

Eten. De prijzen verschillen in de restaurants afhankelijk van hoe luxe ze zijn. Reken gemiddeld op 25.000-45.000 kip (89-160 Baht) voor een doorsnee schotel in een gemiddeld restaurant. Dat kan op lopen tot een veelvoud in de duurdere zaken! De kwaliteit is overal - althans dat is mijn ervaring - matig. Het smaakt vrij flauw allemaal. De presentatie van het eten is echter meer dan subliem. Net als in het hotel waar meer aandacht besteed werd aan hoe het er allemaal uit ziet, dan of het ook wel functioneel is, zo wordt het eten wel zeer appetijtelijk geserveerd, maar smaakt het vaak nergens naar. Schone schijn dus allemaal! Het handelsmerk van dit stadje!

Wat prijzen: Pad Thai, smakeloos en in plaats van noodles is een deel spaghetti in Lao Lao Garden voor 135 Baht. Hier in Chiang Mai betaal ik voor een verrukkelijke Pad Thai 35-40 Baht. Fried Rice was er voor dezelfde prijs, de portie die ik zag was miniem. Een croissant met Camembert bij de Luang Prabang Bakery: de flinter dun gesneden kaas - een hoeveelheid die geen naam mocht hebben - was vermoedelijk Brie en geen Camembert. Verder was de slappe croissant iets te rijkelijk belegd met sla, tomaten, komkommer en grote dikke uienringen. De ene kant was besmeerd met boter en de andere kant met mosterd. Hoe verzinnen ze het? Prijs 115 Baht. Een doorsnee kip in zoet zure saus - Lao stijl heette het - bij een luxe restaurant The Three Elephants ruim 200 Baht. Etc. etc. etc. Alle croissants en vooral het stokbrood zien er wel zo uit dat je er zo in zou willen bijten, maar het smaakt nergens naar! Heel erg klef allemaal. Gebak is zwaar en zoet, net zoals in Thailand. In Laos zie je veel chocolade gebak.

Sigaretten. Als verstokte roker moet ik ook dit onderwerp even bespreken. De lokale merken, A bijvoorbeeld, zijn spotgoedkoop. A is te vergelijken qua smaak met het Thaise LM dat ik normaliter rook. Een pakje A van 20 stuks filter sigaretten kost 4.000 Kip dus nog geen 15 Baht!

Leuke koopjes of souvenirs. Die zijn erg moeilijk te vinden. Het meeste is rotzooi. Heel veel geborduurde kleden gemaakt door de Hmong (zeggen ze). Allemaal same same en nogal overprijsd. Afdingen kan natuurlijk wel, maar ze beginnen veel te hoog, dus er is geen lol aan! Zilver is bijna 2 keer zo duur als in Thailand en het grappige daarvan is dus, dat Laotiaans zilver al met al in Thailand goedkoper is. Edelstenen heb ik niet gezien en ook geen goud. Wel zijn er veel zijden shawls. Ook hier geldt dat ze nogal prijzig zijn en het volgens mij - en ik weet er wel iets van - lang niet altijd zeker is dat het ook echt 100% zijde is en vaak ook niet hand made is!

Zelf heb ik uiteindelijk een paar fraai gesneden spekstenen doosjes gekocht (die zouden best wel eens van Chinese makelij kunnen zijn) voor mijn beide boys, die er heel blij mee waren, en een mooie handgeweven Laotiaanse zijden shawl voor mezelf om aan de muur te hangen thuis, of om ooit weg te geven als verjaardags- of kerstcadeau. Een reserve cadeau, zoals ik er wel meer heb liggen.

De rest was me te duur, dat koop ik hier in Chiang Mai allemaal beter. Het houtsnijwerk was kwalitatief wel heel erg pover. Er was meestal goedkoop, heel zacht hout gebruikt. De prijzen zouden doen vermoeden dat je meesterwerken in handen had. Nee dus! Echt allemaal toeristentroep!

Ze zullen in Laos vast en zeker ook wel mooie dingen maken, maar die verkopen ze dan beslist niet in Luang Prabang!

Dit soort zaken is dus in overvloed te koop. Zo veel dat zelfs als je iets al leuk vindt, je het na het zien van het zoveelste winkeltje of kraampje met diezelfde waar, het je spontaan tegen gaat staan. De Night Bazaar van Chiang Mai is er niets bij en dat zegt wat!

Op het eerste gezicht lijkt dit wel wat. Het zijn ook tussen de ontelbare prullen die aangeboden worden niet de slechtste. Nadere bestudering leert toch dat niet alles goud is wat er blinkt. Dus veel nep en de kwalitatief is meestal below standard!

Tussen alle stalletjes met toeristenprullen zit deze schoenmaker rustig te werken. Een verademing ook nog eens zoiets te zien!

Terwijl de mama's hun stalletjes opbouwen houden deze meisjes en dameskransje.

Maar nu eerst even nog een tempel bekijken, daar kwamen we toch voor! De naam was vertaald: de nieuwe tempel, die ook uit de laat 14e eeuw stamt. Te vergelijken met de Oude en Nieuwe Kerk in Amsterdam die ook beide heel oud zijn. De een was er gewoon een paar jaar eerder dan de andere.

Hier vielen mij vooral deze prachtige vergulde houten reliëfs op.

Ook hier geen gelovigen, maar wel wat monniken. Allemaal heel vredige tafereeltjes midden in de verder wat schreeuwerig drukke stad.

De oranje was . . .

Wat deze kleine huisjes links en rechts van de chedi zijn is me niet heel duidelijk geworden. Mijn toenmalige gids Douk had geen idee. Zelf denk ik dat het graven zijn, of een soort mausoleums waar de as van voorname mensen na de crematie is bijgezet. Ik kreeg dit vermoeden te meer omdat ik op de laatste dag van mijn verblijf hier een grote begraafplaats heb bezocht, waar naast de kleine chedi's met de as ook talloze kleine gebouwtjes van dit type waren.

Allemaal heel mooi, heel rustiek, heel schilderachtig maar niet echt spectaculair.

Op de laatste dag van mijn verblijf heb ik een leuke rit door de bergen gemaakt. Ik praatte die ochtend wat met een leuke ober Sichanh die werkte in de Luang Prabang Bakery, een restaurant waar ik vaak koffie dronk. Hij was een student Engels die zo wat bijverdiende. Het was niet al te druk dus dan maar wat kletsen met de klanten, ook leuk om de taal te oefenen toch. Ik vroeg hem of er ook motor bike taxis waren. Ik vind die tuktuk Lao style wat minder. Je ziet bijna niks en stoppen om een foto te maken is er niet bij. Nee, die waren er niet maar al met al bood hij me aan met me op pad te gaan die middag op zijn motor bike. Dat was dus mooi geregeld!

Daarvoor had ik anderhalve dag al een vooraf besproken gids gehad. Douk was de naam. Dat was geen succes, te meer omdat hij ook nogal ver gevorderde plannen had om mij ook in de nachtelijke uren aangenaam bezig te gaan houden. Plannen waar ik beslist geen brood in zag! Toen hij dat inzag probeerde hij me maar aan een paar vriendjes van hem te koppelen, die deze taak dan wel zouden kunnen overnemen, hij was zelfs zo brutaal om te proberen e.e.a. alvast vooraf financieel met mij voor hen te regelen. Heb je het ooit zo zout gegeten?

Hij was er verder erg op gefixeerd mij uitsluitend naar super toeristische bestemmingen te brengen, niettegenstaande mijn herhaalde verzoeken ook iets van het normale Laos te kunnen zien. Als het aan hem lag dus niet! Nadat hij me een aantal keren verteld had dat vorige klanten hem herhaaldelijk wel 100 USD fooi gegeven hadden buiten de normale betaling om had ik de buik echt vol van hem!

Terug naar de bergetappe. Na een kleine tien minuten rijden waren we al buiten de stad. Het straatbeeld veranderde al snel totaal en leek opeens veel meer op dat zoals ik het in Thailand ken. Ook de kwaliteit van de wegen ging hollend achteruit.

We waren op weg naar een tempel die op een berg lag. Zo ook deze monniken en een herder.

Hier is hij dan Sichanh. Een vriendelijke open jongen met wie ik een fantastische middag gehad heb. Down to earth, niet opdringerig en bovenal hij snapte precies wat ik graag wilde zien. Het doodgewone Laos!

Toen werd het lopen. Deze mooie trap leidde naar het complex waar nu eens een keer geen entree voor geheven werd.

Boven gekomen zag ik overal kleine chedi's en die merkwaardige huisjes die ik ook al eerder in de stad zag. Op deze huisjes stonden verschillende data en namen geschreven wat mijn vermoeden bevestigde dat dit een soort graven waren. Volgens Min - mijn hulp in de huishouding - zijn het een grafmonumenten. De as van de doden ligt er onder begraven. In de huisjes zelf is niets, die zijn leeg. Wellicht zijn die als woning voor de geesten van de overledenen bedoeld. Op de buitenmuur worden de namen geschreven van degenen van wie de as daar bijgezet is. Eigenlijk vergelijkbaar met de chedi's, maar dan wat anders van vormgeving. Deze vorm schijnt ook in Birma te bestaan, maar ik had die daar nog nooit gezien. Voor aanvullende informatie hou ik me graag aanbevolen!

Een van de decoratieve tempeltjes op dit glooiende terrein.

Halverweg de heuvel, de woning van de monniken.

Wat werklui druk in de weer.

Een prachtige bloem die echt op de foto moest!

Ook de monniken laten zich niet onbetuigd. Deze zijn met de hand bakstenen aan het maken.

In de werkplaats worden de stenen verder afgewerkt. Rechts voor liggen ze in keurige rijen te drogen.

Nog een blik op de begraafplaats. Aan alle bomen waren blauwe bordjes bevestigd met daarop in witte letters het een en ander geschreven. Ik vermoed de naam en de datum waarop die boom gepant was.

Langzamerhand komen we al klimmend bij het eigenlijke heiligdom. Een grote vierkante tempel met aan elke kant een grote loggia met daarop een drum.

De tempel stond er prachtig bij en het uitzicht was voor zover de bomen en het groen het toelieten adembenemend!

Er omheen keurig aangelegde gazons. Wel kreeg ik al gauw door dat dit ook de plek bij uitstek was voor verliefde stelletjes, waarvan ik er een aantal op het gazon gezellig samen zag. Allemaal in het nette hoor!

Nog een blik op de prachtige tuinen en toen werd het tijd verder te gaan. Nu echt de bergen in!

De rivier die we vanaf de kronkelende weg vaak in de diepte zagen was niet de Mekong maar de Nam Khan, die op bepaalde plaatsen vrij woest was.

De wegen waren van Birma kwaliteit, eigenlijk wel spannend al die gaten en kuilen en waterplassen. Mijn gids was heel behendig en heeft me er prima zonder kleerscheuren doorheen gereden.

Het was dan wel vermoeiend en zelfs een beetje pijnlijk deze hobbelende rit, het uitzicht was een rijkelijke beloning voor de doorstane ongemakken.

We kwamen heel weinig mensen tegen. Zo nu en dan wat boeren, jagers of herders met kleine kuddes. Landelijk Laos op en top!

Op een gegeven moment arriveerden we in een dorpje. Dat werd tijd, want behalve dat we dorst hadden vond de motor bike ook dat hij even tot rust moest komen, die was namelijk kokend heet geworden.

Dorpje is missschien wat te veel gezegd. Het was meer een kleine verzameling houten huizen, soms met een stenen onderbouw langs de weg.

In het plaatselijke café en tevens super market, dat ook nog als kapsalon diende zijn we neergestreken om even uit te blazen. De eigenaar van dit etablissement bleek ook deskundig te zijn op het gebied van oververhit geraakte motor bikes, dus kreeg ons vervoersmiddel ook even een beurt

Na ons bediend te hebben haastte deze knaap zich weer naar zijn andere klant, een dorpsjongen die geknipt moest worden. Toen de motor bike weer klaar voor de start was zijn we verder gegaan en na nog een klein uur over hobbelige wegen gereden te hebben kwamen we dan eindelijk op een normale weg en waren we net voor zonsondergang weer terug in Luang Prabang.

Tja, en de volgende dag zat het er op. Ik was er bepaald niet treurig om en dat overkomt me niet vaak, meestal had ik nog wel wat langer willen blijven. Of ik nog eens terug ga? Ik denk niet zo gauw. Luang Prabang, Lao's answer to Disney Land heb ik vooreerst wel gezien! Laos, het land zelf, is wellicht een ander verhaal!

TOP