INDEX:
THAILAND | CHIANG MAI
| BIRMA
CHIANG MAI 2005
De vestingwerken De stad Chiang Mai, eigenlijk voluit Nopaburi Sri Nakorn Ping Chiang Mai, werd in het jaar 1295 gesticht als de hoofdstad van het toentertijd machtige Lanna rijk door koning Mangrai in nauw overleg met zijn twee beste vrienden: koning Ramkamhaeng van Sukhothai en koning Nagamuang van Payao. [In verschillende publicaties worden als stichtingsjaar van de stad verschillende jaartallen genoemd. Deze varieren van 1291-1296.] Bij de keuze van een plek voor een nieuwe stad werd niet alleen gekeken naar de strategische ligging maar ook de astronomische ligging was van groot belang. Alle bastions en poorten wijzen dan ook precies naar een vooraf bepaalde richting en daaraan is dan weer een spirituele betekenis verbonden in overeenstemming met de Mahadaksa. De aanleg van de stad is rechthoekig. De afmetingen zijn 900 bij 1000 wah (1,8 bij 2,0 km). Het geheel werd omringd door hoge muren en wallen en een brede gracht, met bastions op de hoeken en een viertal poorten. Later zijn er nog 2 poorten toegevoegd, waar er nog maar een, Suan Prung, van over is. Deze toer begint nabij Hua Lin. Op dit kaartje een overzicht van de oude stad en een aanduiding waar ik woon. De foto's zijn gemaakt door Tawan (eig. Than Hlaing) die op de motor bike het hele traject gereden heeft en her en der foto's gemaakt heeft speciaal voor deze club!
HUA LIN CORNER Hua Lin verbonden met Ayu (lang leven) betekent: het punt waar een kanaal begint. In het verleden stroomde hier het water van de Huay Kaew beek in de stadsgracht. Vandaar dat deze hoek van de stad Hua Lin genoemd werd.
Prachtig gelegen tussen de palmbomen de ruines van Hua Lin. Trouwens schuin hierachter staat mijn huis.
Van Hua Lin richting Chiang Puak. Op de achtergrond de peperdure (ca. 100 miljoen baht) waterpartij die de gemeente liet aanleggen en helaas alleen op hoogtij dagen werkt.
CHANG PUAK GATE Chang
Puak verbonden met Teja (macht). De noordelijke poort heette
vroeger Pratu Hua Wiang (hoofd van de stad) omdat algemeen aangenomen
werd dat het "hoofd" van de stad in deze richting lag. Bij gelegenheid
van de kroning van een nieuwe heerser kwamen deze de stad door deze poort
binnen. Gedurende de regering van Phaya Saen Muang Ma, werden
standbeelden van twee witte olifanten geplaats ten noorden van deze poort.
De achterste olifant had als naam Prab Chakrawan en de voorste
heette Prab Muang Marn Muang Yaksha. De mensen geloofden
dat indien ten tijde van een vijandelijke invasie eer bewezen werd of
offers gebracht werden aan Prab Chakrawanten de vijand zou vluchten.
Anderzijds geloofde men dat indien eer bewezen werd aan Prab Muang
Marn Muang Yaksha, geen demoon noch mens de stad enig kwaad zou kunnen
doen of schade zou kunnen berokkenen. Deze beide olifanten werden beschouwd
als een ultieme zegen, dus werd de nabij gelegen poort op den duur bekend
als Pratu Chang (olifant) Phuak. Dit bijzondere olifantenmonument
bestaat nog steeds en is te vinden aan het begin van Chang Puak Road.
Chang Puak gezien vanaf de waterkant.
Van Chang Puak naar Sriphum
SRIPHUM CORNER Sribhumi (Sriphum) verbonden met Sri (gratie). Dit bastion heette vroeger Sahli Phum hetgeen betekent eer en glorie van de stad. De Banyan boom (Ficus benghalensis, die in India, China en heel zuid-oost Azie als heilig beschouwd wordt) die hier ooit dicht in de buurt stond (totdat deze omgehakt werd tijdens de regering van Phaya Tilokaraj) werd gezien als heilig en het was op exact deze plek dat met de bouw van de stad werd begonnen. Aan dat omhakken van deze heilige boom zit nog een aardig verhaal vast: Een Boeddhistische monnik uit Pagan [nu Bagan in Birma] had Phra Boromaratchatiraj van Ayutthaya aangeboden de Banyan boom, die door de bevolking van Chiang Mai als helig beschouwd werd te vernietigen. De monnik verklaarde dat er een heilige plek was in het noord-oosten van de stad en dat daar een paleis voor de koning gebouwd diende te worden. Echter als er op die plek eventueel ook een grote boom stond moest deze eerst omgehakt worden. Nadat de boom geveld was werd de stad geconfronteerd met veel onheil en ellende. De monnik werd gegrepen en verdronken in de rivier.
Van Sriphum naar Tha Pae THA PAE GATE Tha Pae verbonden met Mula (welvaart, rijkdom). De oostelijke poort leidt naar de weg die rechtstreeks gaat naar de rivier de Ping. Oorspronkelijk was de naam Pratu Chiang Ruak naar een nabij gelegen klein dorp met die naam. Er was ooit een buitenpoort met de naam Tha Phae Nok (tha refereert aan een steiger, phae betekent vlot en nok staat voor buiten), vermoedelijk omdat daar een aanlegsteiger was ten behoeve van de kooplieden op de rivier. De naam werd later die van de binnen poort: Tha Phae Nai. De beschermgeest van deze poort is Surakkhito
De gezellige zondagmarkt volop aan de gang op Tha Pae
Van Thae Pae richting Ka Tham KA THAM CORNER Ka
Tham verbonden met Utsaha (industrie, nijverheid) Ka
tam is een soort instrument dat gebruikt wordt om bepaalde diersoorten
te vangen. In vroeger tijden was op deze hoogte van de stadsgracht veel
laag water en een kleine vijver waar de mensen vis vingen met behulp van
een ka tam, vandaar de naam.
Verder richting Chiang Mai Gate CHIANG MAI GATE Chiang Mai Gate verbonden met Montri (adeldom). De zuidelijke poort heette oorspronkelijk Pratu Tai Wiang. Omdat het nu de naam van de stad draagt mogen via deze poort nooit en te nimmer de lichamen van overledenen buiten de stad gebracht worden uit angst dat dan een vloek de stad zal treffen. Vroeger gaf deze poort toegang tot de weg naar Lamphun. De beschermgeest van deze poort is bekend als Cheyyaphummo.
Dan komt Suan Prung (een later toegevoegde poort) SUAN PRUNG GATE De tweede
poort in het westelijk deel van de zuidzijde van de stad wordt gebruikt
om lichamen van overledenen vanuit de stad naar het crematie terrein bij
Hai Ya te brengen. Phaya Sam Fang Kaen bouwde deze poort
tussen 1411-1442 opdat zijn moeder de stad gemakkelijker in en uit kon.
De koningin-moeder, die een paleis buiten de stad had bij Tambon Suan
Rae, bezocht elke dag de stad om toe te zien op de bouw van de Phra
Chedi Luang. Ze zou anders nogal hebben moeten omreizen (via
Chiang Mai Gate) dus werd er een nieuwe poort gebouwd dichter bij haar
paleis. Later kreeg het de naam Suan Prung. Het Suan Rae
Paleis is nu het Suan Prung Hospital voor psychiatrische
patienten. Over de betekenis van de naam tast men in het duister. Van
deze poort is niet bekend met welk aspect uit de Mahadaksa het
verbonden is. Reden is wellicht dat dit nooit gedaan of vastgelegd is
omdat de poort van latere datum is.
De 4e en laatste hoek: Ku Rang of Ku Huang KU RANG CORNER Ku Rang verbonden met Kalakini (vloek, vervloeking). Dit bastion is in het locale dialect bekend als Ku Huang, hetgeen betekent: de plek waar zich de overblijfselen van Muen Huang bevinden. Muen Huang beschermde (bewaakte) Khun Krua, een kleinzoon van Phaya Mangrai, tijdens zijn gevangenschap van 1321-1325.
Langs de gracht hier en daar wat overblijfselen van wat eens een machtige muur moet zijn geweest. De laatste gate op deze virtuele toer is: SUAN DOK GATE Suan Dok verbonden met Parivara (attributen, entourage). Deze westelijke poort is zo genoemd omdat het dicht bij de bloementuin - suan dok in het Thais - van Phra Chao Keu Na Thamikraj lag. Deze koning beval later de bouw van een koninklijke abdij op het terrein van deze tuinen om daar de Boeddha reliquien die door Phra Sumana Thera van Sukhothai naar Chiang Mai waren gebracht te bewaren. Deze abdij kreeg de naam Wat Suan Dok. De beschermgeest van deze poort heet Surachato.
En hiermee zijn we het einde gekomen van deze tocht rond de oude stad van Chiang Mai. |